Inzetten op drie sporen

Dat doen de initiatiefnemers door binnen het programma in te zetten op drie sporen. Het eerste spoor richt zich op het herstellen, verbeteren en vergroten van de broed-, rust- en foerageergebieden. Ook de hoogwatervluchtplaatsen spelen hierin een rol. Sinds de start van het project zijn inmiddels 24 locaties aangepakt.

Spoor twee richt zich op het tegengaan van verstoring door de omgeving. De vogels in het gebied komen hier voor hun rust, om zich op te laden en om te broeden. Door alle activiteiten die in het gebied plaatsvinden (recreatief en economisch) is er echter veel verstoring wat nadelig is voor de vogels. Hierin willen de initiatiefnemers binnen dit spoor bewustwording en gedragsverandering realiseren. Communicatie en voorlichting speelt daarin een belangrijke rol.

Het derde spoor binnen het programma richt zich op kennisontwikkeling en monitoring. Zo wordt er binnen dit spoor gekeken of de maatregelen daadwerkelijk een positief effect hebben. Inmiddels zijn hiervoor al verschillende nulmetingen gedaan en wordt flink ingezet op monitoring.

Alle projecten van Fase I worden per 31 december 2025 afgerond, met uitzondering van het project Vogelsand waarvoor verlenging is aangevraagd. . Met het oog op het belang van verdere kennisontwikkeling en monitoring is extra inzet op spoor 3 in de tweede fase van dit programma, die inmiddels ook is gestart en loopt tot eind 2027.

Wij&Wadvogels fase I

IKW-Waddenfonds € 8.4 miljoen

Provincies € 2.96 miljoen

Overige financiers € 5.44 miljoen

Samenwerkende partijen

Fase I van Wij&Wadvogels wordt uitgevoerd in samenwerking tussen Het Groninger Landschap, It Fryske Gea, Landschap Noord-Holland, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Vogelbescherming Nederland, Rijksuniversiteit Groningen, The Fieldwork Company en Waddenvereniging.