Om het gebied klimaatbestendig in te richten wordt naast de noodzakelijke dijkversterking ingezet op extra’s voor de natuur. Dat gebeurt op drie manieren: circulair ontwerpen en bouwen, de uitstoot beperken en biodiversiteit stimuleren. Deze werkzaamheden worden opgepakt met onder andere gelden uit het IKW-Waddenfonds. Daarnaast wordt er in het project, op initiatief van de gemeente Het Hogeland, ingezet op het maken van een tweede toegangsweg naar de haven. Enerzijds om deze beter te ontsluiten voor de bezoekers en anderzijds om de bedrijven en hulpdiensten betere toegang te geven tot de haven en het gebied.
Extra’s voor natuur
De extra’s voor natuur bestaan uit verschillende maatregelen, verteld Mosterd. “Denk aan mogelijkheden voor vismigratie van zoet naar zout, kwelderuitbreiding en het creëren van een binnendijks gebied van 70 hectare met waddennatuur. Dat laatste betekent dat we in dit gebied een overgang van zout en zoet water maken. Met zoetwater uit de Westpolder en zoutwater via een doorgang in de dijk.” Zo’n zout-zout overgangsgebied draagt bij aan de natuurlijke dynamiek en het vergroten van de natuurwaarden en de biodiversiteit.” Een van de hoofddoelen bij het IKW waar het gaat om het versterken van de waddenkust. Mosterd vervolgd: “Om de verbinding te maken tussen dit gebied en de Waddenzee worden er duikers gegraven, waardoor zachte, natuurlijke, maar toch robuuste klimaatbestendige zoetzoutwater-overgangen ontstaan.” En die overgangen dragen bij aan het ontstaan van vismigratieroutes naar het achterland, waardoor de populatie trekvissen in de Waddenzee kan groeien.

Binnendijks
getijdengebied
Inmiddels is de getijdenduiker op 25 september 2025 feestelijk geopend. Deze duiker verbindt de Waddenzee met het natuurgebied in de Marnewaard. Het zeewater stroomt onder de dijk door en zorgt voor een getijverschil van ongeveer 20 centimeter in het gebied. Zo ontstaat er een 70 hectare getijdengebied dat aantrekkelijk is voor verschillende planten en dieren die goed gedijen in brakwater, zoals de lepelaar, de driedoornige stekelbaars, zeekraal, de bonte strandloper en de spiering. Met het getijdengebied krijgt de Waddenzee een beetje meer ruimte. Ook is er een schuif in de dijkdoorgang gemaakt om het waterpeil in het getijdengebied te regelen en waarmee de doorgang dicht kan worden gezet bij hoogwater.
Naast het binnendijkse overgangsgebied, wordt er ook 22 hectare buitendijkse kwelder ontwikkeld. Mosterd: “Vanuit de kwelders die al in de Westpolder liggen, gaan we een nieuwe natuurlijke kwelder ontwikkelen. Om dit te doen hebben we in 2024 rijshouten dammen geplaatst. Deze dammen houden het zand van de Waddenzee vast waardoor het kan opslibben en er na verloop van tijd een natuurlijke kwelder ontstaat.” En die is weer goed voor de ontwikkeling van bijzondere soorten planten en dieren en de broed- en trekvogels die jaarlijks het Waddengebied aandoen. Vroege resultaten tonen inmiddels aan dat ze effectief zijn in het tegenhouden van erosie en het bevorderen van sedimentatie, waardoor de kwelder aangroeit.
Een harde dijk met zachte elementen
Voor de waterveiligheid is het van belang dat het dijklichaam versterkt wordt. Mosterd: “Hierin hebben we geen keus en moet ook wel willen we ons de komende 50 jaar goed beschermen tegen het water.” Het waterschap kiest daarin toch voor manieren om de harde dijk verantwoord te verzachten. Een van de manieren is het aanleggen van getijdenpoelen en onderwater rifelementen. Deze poelen en rifelementen zijn harde betonnen constructies met verschillende vormen en buizen. Een soort vissenhotels waar vissen en onderwaterleven op floreren. De eerste rifelementen werden in 2021 geplaatst en zijn een groot succes. Er is een explosie van onderwaterleven ontstaan. Vissen, krabben, garnalen, schelpdieren en algen hebben zich inmiddels gevestigd in en rond de structuren. Met deze prachtige resultaten zijn de rifelementen langs de Lauwersmeerdijk in het najaar van 2025 uitgebreid met nog eens 290 nieuwe rifelementen en 132 getijdepoelen. Daarmee krijgt het rif een definitieve plek aan de voet van de Lauwersmeerdijk en wordt dit het grootste kunstmatige rif langs een Nederlandse zeedijk. Mosterd: ‘In feite zorgen we voor een verbetering van de Waddennatuur op de grens van dijk en zee. Mooi dat we aan de voet van de dijk zo’n toename aan leven kunnen realiseren.’
Daarnaast biedt de dijkversterking ook mogelijkheden voor recreatie. Zo komt er een wandelboulevard langs de haven, een fietspad en zijn er inmiddels twee waddentribunes ingebouwd met uitzicht op het Wad bij het Vierhuizergat en de getijdenbunker.
Pionierswerk
De dijkversterking in combinatie met de integrale gebiedsontwikkeling is wel pionieren geeft Mosterd aan. “Vroeger hadden we de natuur, in dit geval de Waddenzee, dan de dijk voor waterveiligheid en daarachter het land met bijvoorbeeld landbouw. Vanuit het waterschap kijken we nu veel meer naar het totaalbeeld. We pakken het integraal op en werken samen met verschillende partijen in het gebied om de dijk en de omgeving meer natuur inclusief aan te pakken vanuit alle terreinen en functies.”
Voortgang in beeld
Om de voortgang van de dijkversterking in beeld te brengen en de kennis en kunde te delen die in het project wordt opgedaan is een speciaal online bezoekerscentrum ontwikkeld. Hier kunnen mensen een kijkje achter de schermen nemen. Zo nemen een ecoloog, waterschapper,bouwer en bestuurder je mee in hoe zij de duurzaamste dijk willen realiseren. Zijn er verschillende educatieve video’s te bekijken, kun je verschillende verhalen en gedichten lezen over het prachtige Lauwersmeer-Waddengebied en kun je je kennis testen met een quiz over de geschiedenis en toekomst van de dijk. Het virtuele bezoekerscentrum kun je hier bekijken.
Na afronding van de dijkversterking in 2026 voldoet de dijk de komende vijftig jaar weer aan de veiligheidseisen om te beschermen tegen een hogere zeespiegel en extreem weer als gevolg van klimaatverandering.
Vitale kust Lauwersmeergebied
IKW-Waddenfonds € 13.3 miljoen
Provincies € 3.4 miljoen
Overige financiers € 16 miljoen
